De Abbatiale enclaves voor hoeven en voorraadschuren op de gang naar Rotterdam (Grotekerkplein)

In Kennemerland, de streek rondom het Abbatiale kloosterterrein met absolute clausuur en immuniteit, vinden we bijna geen enclaves zoals bij de Delver Tanthof. Deze uitdrukking, een Delf en een Delver immuniteit, vinden we ook in Friesland en Groningen waar de Cisterciënzers ongeveer ook bedijkten en polderden zoals in Holland en sommige watergangen heten ook daar De Delf. Deze enclaves zijn voor de Hollandse ontginning ook niet nodig. De Abt zit dichtbij en zware transporten zijn zeldzaam en overigens kort, zij het soms wel erg ingewikkeld, omdat dijkmatten in delen moeten worden vervlot. Er is hier erfhuur en erfpacht, de boeren zijn bijna nooit eigenerfden. Dan moeten ze wel heel erg aanzienlijk zijn en tegenwicht kunnen bieden aan de Abt die een hele kanselarij tot zijn beschikking heeft en deurwaarders ter inning en heffingen kan afzenden. Het landareaal waarover de Abt kan beschikken in Kennemerland is ongeveer meer dan zeshonderd morgen, de destijds gangbare maat voor in gebruik te nemen oppervlakteland. De Abt zet hier een rentmeesterschap in. Dat is het Rentmeesterschap door den Hout, een centrale administrateur over de agrarische bezittingen in Rijnland, Delfland en Schieland die in kavels worden aanbesteed ter pacht en onderpacht. Tot aan 1567 worden hier de rekeningen per morgen ingeschreven en de tienden forfaitair begroot naar stoffelijke afdracht. Maar daarna maakt de burgeropstand, die we in de negentiende eeuw de Tachtigjarige Oorlog zijn gaan noemen, deze zorgvuldige notaties in de boeken bijna onmogelijk. Overigens zagen de tijdgenoten van deze revolte er meer fiscale twisten in dan een echte oorlog. Het was een belastingoproer. Geen politieke vrijheidsoorlog. De Hollanders en Zeelanders wilden geen vermogensbelasting, geen inkomensbelasting en geen vermogensaanwasdeling. Verder wilden ze inspraak waaraan die fiscale afdrachten werden besteed. Want ze vonden dat de overheid maar smeet met hun geld. Net als nu en even terecht als nu. Ze vraten het niet meer en evenmin dat geestelijken en adel vrijgesteld werden van belastingen. En de enclaves waren juist voor die vrijstellingen opgericht.  Het enclavesysteem van de Egmonder Abt wordt nu vrijwel onmogelijk om te onderhouden via rechtsdwang.

In Rijnland manifesteert zich de verstoring van de openbare orde meteen doordat de waterstaatskunstwerken niet alleen niet meer onderhouden worden, maar zelfs vernietigd: de Hollanders gaan dijken doorsteken en sluizen vernietigen. Rijnland wordt een Poel, en die naam komt steeds weer voor in acten. Er zijn nog achttien Abbatiale percelen herkenbaar en erkend bij Warmond, maar ze gelden als Poelland: land dat regelmatig overloopt. De ingelanden dragen daarom de pachten per park niet meer af. Want ze krijgen geen waar voor hun geld van de Abt. Ze hebben nauwelijks droge voeten meer. Deze ondermijning van de waterstaatsstructuur komt echter niet pas in de vijftiende eeuw op, al wil de hoogleraar Fruin ons dat doen geloven. Hij is de eerste hoogleraar Vaderlandse Geschiedenis te Leiden in de negentiende eeuw en moet de roem van het Huis van Oranje legitimeren. De Oranjes, zo heet het, legden de dijken aan en ontgonnen de polders in Poelland, dat is diens parool. Maar de uitdrukking “Poel” voor in pacht uitgegeven kavels komt al sedert de veertiende eeuw voor in de samenstelling Poelgheest (geestgronden die onderworpen zijn aan getijden),  Abtspoel, Oegstgheest en War-Mond, aanduidingen voor kavels waar de waterstaatshuishouding niet op orde is. Calamiteuze polders.  Dat is te wijten aan de twisten tussen de lagere adel enerzijds en de steden anderzijds die de waterstaatshuishouding voor zichzelf opeisen om ze te fiscaliseren. De Hoekse en Kabeljauwse Twisten die pas via ambtsdwang beslecht worden door Rooms Keizer Maximiliaan I van Oostenrijks Habsburg die in 1477 de interne soevereiniteit over Holland opeist.

En dus de waterstaatshuishouding erover opeist. Pas Keizer Karel V zal daarin slagen via het Heemraadschap Amstelland dat hij sticht. De waterstaatshuishouding wordt dan dienovereenkomstig verbeterd en versimpeld omdat er meteen verantwoordelijken zijn aan te wijzen als de interne waterstaat zwicht voor natuurgeweld. Het Delfland en Schieland kan de Abt via zetbazen die over de Delf worden overgebracht via politioneel geweld, uitgeoefend door vreemde huurlingen-brigades, veel langer blijven heersen vanuit de genoemde dubbele tien hoeven bij die Delf. Maar hij krijgt met de tiendheffingen toch problemen. Dat geldt ook voor het Maasland dat we hier kunnen zien liggen, zelfs tot aan de Nieuwe Waterweg. In 1567 is de enclave Opte Vijfhuysen in de Babbertspolder nog in vol bedrijf, verhuurd in erfpacht aan de heer van Kethel. Die wil de tienden eigenlijk naasten en bekeert zich dus tot de Reformatie onder verwaarlozijng van zijn waterstaatskundige zorgplichten. Zo gaat het in de tweede helft van de zestiende eeuw elders in Holland ook. Natuurlijk. Men zou anders een dief van de eigen portemonnee zijn. En dat is het ergste wat een waarlijk Hollander kan overkomen ook al storten de oevers en schoeiingen van Schie en Vliet in. En dat doen ze. Steeds vaker, terwijl de oorlog over de ingelanden raast.