Hendrik VIII zei de vazalliteit aan de Heilige Stoel volledig op zonder de concessievoorwaarden verder nog na te komen als “Defendor of the Faith“. Die titel bleef hij dragen. En dat was raar. Want hij had deze titel verworven door de zeven sacramenten van de Heilige Moederkerk te verdedigen in een academisch traktaat dat moraal-theologisch overigens weinig omhakken had. Maar Hendrik kwam met dat traktaat de Paus echt wel tegemoet op het moment dat de Paus flink in de nesten zat door de opstand van de vorsten in Centraal Europa tegen zijn geopolitieke primaat als wereldlijk heerser. De Paus had in de persoon van Bonefacius VIII met zijn bulla Unam Sanctam van 1302 aanspraak gemaakt op alle wereldlijke jurisdictie die nog restte nadat de grotere verkenningstochten van de Portugezen waren afgerond en men dacht dat de hele globe van deze planeet nu wel voldoende in kaart was gebracht. Dus de tochten naar de beide Amerika’s en naar Azië, waarvan men nog dacht dat het op een of andere manier was vastgevroren aan een zuidpool via de landmassa Australië. De Paus had vervolgens deze jurisdictie geconcessioneerd aan de koningen van Spanje en Portugal die de Paus nu eenmaal loyale katholieke monarchen vond die de voortplanting van het Rooms-Katholieke geloof serieus namen. Eén rijk, één Paus, één geloof. Daarvan was Hendrik ook beproefd voorstander geweest in dat traktaatje, en daarvandaan stamde deze eretitel “Defender of the Faith”, die ook nu nog in de Koninklijke Wetsbesluiten prijkt.
Charles II Windsor is er gek mee. Maar welk geloof werd in die titel rechtshistorisch bedoeld? Het Rooms-Katholieke. Zonder enige twijfel. Ambtenaren moesten de Koning van Engeland trouw zweren met een eedsformulier waarin de eretitels van die Koning allemaal uitgespeld waren, maar op dit punt kwamen ze toch in een spagaat. Vooral de Kings Council die de Vrede moesten bezweren van de Koning die deze had gesticht als Geloofsverdediger. De Koning had echter alle goederen en zaken in die Roomse Kerk inmiddels had verworven sedert de vroege middeleeuwen genaast toen hem bleek dat de Paus hardnekkig bleef vasthouden aan het feit, dat de Koning sacramenteel was verenigd met een katholieke Koningin en dus niet opnieuw wettig kon trouwen om nu eindelijk eens een mannelijke nazaat te telen die zijn dynastie kon voortzetten en borgen. Dochters genoeg, helaas. Maar geen mannelijke stamhouder. Wiens ambtenaar was de Kings Council nu dus precies? Die van een naastende en scheuringmakende monarch of die van een Koning die rechtmatig het enige ware geloof beleed en dus verdedigde, te weten dat van Rome. Het was letterlijk een halszaak voor de Kings Council wat voor antwoordt ze gaven op deze en dergelijke vragen want hoofden rolden destijds gemakkelijk en vaardig. De Kings Council ontweken deze vragen, maar besloten uiteindelijk toch maar om de Koning de erkennen als administratief hoofd van de Anglicaanse Kerk, in het middel latend wat dat nu precies voor bevoegdheden staatsrechtelijk te weeg bracht. Ze stelden het zo voor, dat de Koning soms wel aan het Engelse recht was onderworpen en soms ook niet. En zo redden ze het vege lijf.
Ze bleven hun Benedictijner kledingvoorschriften volgen, zij het dan heel gestileerd en vermeden kundig antwoord te geven op de brandende kwestie waarom ze dat eigenlijk deden. Omdat ze letterlijk van twee walletjes wilden blijven eten. Dat konden ze tijdens de regeringen van de Koningen Stuart ook heel goed doen, want die kerels wisten zelf niet goed welk geloof hun nu het beste uitkwam. Karel I was eigenlijk crypto-katholiek, want hij wilde regeren als absoluut soeverein vorst, die zich geen barst hoefde aan te trekken van het Engelse gewoonterecht en dus belastingen kon heffen zonder parlementaire toestemming. Het kostte hem zijn kop. En die van zijn Kings Council. Dat bracht een warm gevoel van rechtgelovigheid bij de Kings Council mee. Maar deze topambtenaren wisten niet zo goed welke kant op. Die van Rome of die van Westminster. De Anglicaanse kant dus. Jacob I en II hadden daar zelf ook last van, ze voeren beslist in dit opzicht niet scherp aan de wind. Daarom nam de Hollandse Stadhouder Willem III het roer tijdelijk over. Hij richtte zich op de aanwakkerende protestantse bries. Maar waarheen die woei, daarvan had hij ook geen benul. In ieder geval niet in de zeilen van de Franse Zonnekoning, Hollands erfvijand. En daar ging het Willem III om. Hij had het Engelse Veldleger nodig om deze Zonnekoning weer achter de Rijn terug te duwen in de oorspronkelijke bedding van de Franse soevereiniteit. Dat volgden de Kings Council moeiteloos, maar nu lieten ze dat ook nog in hun kleding blijken door allongepruiken te dragen en een brede geplooide batisten bef op een rood moiré kovel met een zak voor witte linnen handschoenen, want vuile handen wilden ze niet (meer) maken. De verkleedpartij geschiedde in de dagen van de glorievolle revolte van 1688 en bracht kleur. En dat dragen ze nog in de Engelse rechtszalen. ’s Konings ambtenaren. Buiten kijf. Dus niet onafhankelijk.

