De Wijckersloot XV

Het zittend College van Procureurs-Generaal wist zich uiteraard geen raad met de ontstane situatie toen ook de Tweede Kamer zonder al te veel aarzelen achter de Minister Sorgdrager ging staan, omdat deze magistraten in ieder geval het primaat van de politiek hadden miskend en meermalen geschonden. De Minister, zo oordeelde de volksvertegenwoording, was in de nieuwe hiërarchie overduidelijk “de baas” van het Openbaar Ministerie, dat vonden alle nationale media en dat vond de academische wetenschap. Dat primaat moest erkend en hersteld. De Kamer gaf wel niet aan waaruit dat primaat zou moeten blijken noch hoe het hersteld moest worden. Maar de Minister had groen licht om dat herstel te bewerkstelligen. Zij zocht het in het ontslag van Docters, omdat die gaaf en onvoorwaardelijk  achter de rebellerende Steenhuis was gaan staan bij het bevoegdheidsconflict dat was ontstaan doordat Steenhuis met een kort geding had gedreigd tegen de bewindsvrouwe. Steenhuis vond dat hij het voor hem vernietigende rapport-Dolman ampel moest kunnen bestuderen en dat hij tegenvoorstellen zou moeten kunnen doen aangaande de redactie ervan. Wat hij dan daarmee dacht te kunnen bereiken, dat was overigens onduidelijk. Dat Steenhuis nog als lid van het Hoog College van Staat had kunnen functioneren ten voordele van het staatsbelang lijkt mij niet waarschijnlijk: daartoe hadden hij, zijn collegae, en de departementstop de zaak publiekelijk volgens mij te zeer op de spits gedreven door de publiciteit op te zoeken. In dit opzicht was er bepaald wel wat te verwijten aan het directoraat dat de publiciteit verzorgde voor het departement dat kennelijk voortdurend ophitsend lekte onder de bezielende leiding van de directrice Annemarie Stordi(e)au. Haar naam wordt steeds weer ander gespeld. Ik hou het op Stordiau. Dat komt het meeste voor in deze en dergelijke documenten herkomstig uit de ambtelijke circuits, waarin de Affaire-Docters wordt beschreven en wat de sanctiemodaliteiten konden zijn. 

Die had daar kennelijk een beroep of gewoonte van gemaakt en stond op buitengewoon gespannen voet met Steenhuis. Ze had al veel eerder gelekt, dat was al lang en breed door de Rijksrecherche vastgesteld en ook wat de nefaste gevolgen ervan waren. Dat had ze bijvoorbeeld gedaan in de zaak-Lancee. Zie hiervoren. Daar had ze ook namen bij de vleet genoemd zodat mensen geschandvlekt door het leven moesten. Over de Minister Sorgdrager liet ze zich ook niet direct lovend uit. Kennelijk was haar oogmerk om het vuurtje dat publicitair natuurlijk veel hitte veroorzaakte allengs aan te stoken.De afdeling voorlichting van Justitie bleek een bedenkelijke rol in de escalatie van dit conflict te hebben gespeeld. Stordiau zorgde er eigenhandig voor dat het rapport-Bakkenist naar de media uitlekte. De rijksrecherche kwam daar achter toen de dienst daarnaar een onderzoek instelde.Sorgdrager klom toen hoogstpersoonlijk in de pen om Pijl van de Rijksrecherche  die beschuldigingen te laten intrekken, maar die weigert de bevindingen van zijn rechercheurs te herschrijven. Op de avond van de 22e januari, 1998 toen het College van Procureurs-Generaal  bij Sorgdrager op het ministerie was om het conflict uit te praten, heeft de afdeling voorlichting de media tegen het college verder opgehitst. Zo ontstond naar buiten toe het beeld dat de heren magistraten zich uitleefden in een „muiterij” tegen het gezag van de Minister. De bewindsvrouwe maakte ook een stuurloze indruk. Het is dus niet verwonderlijk als Steenhuis belust is geweest op wraak op de afdeling voorlichting. Dat werd ook weer gestimuleerd omdat de hele scene waarin de heren moesten vertoeven in de ontvangstruimte van het departement aan de Schedeldoekshaven, vervolgens mannetje voor mannetje werd binnengedraaid via het gecompliceerde systeem van draaideuren voor lijfsvisitatie en schutterig achter Docters aankloste die met een groot papier in de brede handen kennelijk prevelend stond te repeteren wat hij de bewindspersoon dacht te gaan voorhouden. Stoute kostschooljongens op weg naar het hoofd dat het rietje al zwiepend stond te beproeven. De televisiemensen waren uitvoerig voorgelicht, kennelijk, ze waren in groten getale op komen dagen, en konden deze gang naar Golgotha ook nog eens lijfelijk volgen. De hele toedracht maakte in ieder geval duidelijk dat de recente pogingen om de vertrouwensrelatie tussen Justitie en Openbaar Ministerie te herstellen vooralsnog waren mislukt. Beide instanties hadden zelf daarentegen elkaar de afgelopen maanden uit de wind gehouden. Maar dit incident was weer voldoende om opnieuw een storm van beschuldigingen en verwijten te doen opsteken. Die storm raasde vooral over de burelen van de rijksrecherche. En dat is eigenlijk heel merkwaardig. Want het conflict loopt tussen Justitie en OM. De rijksrecherche heeft gewoon haar werk gedaan. Er was geen enkele aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van haar conclusies over het gebrekkige functioneren van de afdeling voorlichting van Justitie. Toch zat secretaris-generaal Borghouts op zijn departement steeds weermet directeur Pijl aan tafel, en niet met Steenhuis. Volgens CDA’er Koekkoek die overigens ook weer zijn mond voorbijpraatte was het hoogst merkwaardig dat Sorgdrager en haar topambtenaar de boodschappers waren van het nieuws: de Rijksrecherche, aanpakken in plaats van de veroorzaker van het nieuws, hun eigen afdeling voorlichting. Koekkoek noemde het „verkeerd” dat de rijksrecherche wordt aangesproken op conclusies die Sorgdrager en Borghouts juist zouden moeten dwingen tot het nemen van maatregelen tegen een van hun eigen afdelingen. De Tweede Kamer mocht daar geen genoegen mee nemen, vond Kamerlid Koekkoek, en moest Sorgdrager, demissionair of niet, ter verantwoording roepen. Het beeld dat zich aftekende was: De hete loopgravenoorlog tussen Justitie en OM duurt voort, ondanks alle goede voornemens om het geschonden vertrouwen na de ‘muiterij’ van de procureurs-generaal te herstellen. Hun conflict werd dit keer uitgevochten over de rug van de Rijksrecherche. Dat was in ieder geval de perceptie van Koekkoek. Die overigens pas had mogen spreken na een plenair debat in de Tweede Kamer. En niet tevoren al. De mensen van Stordiau lekten overigens voort. Ze hadden er echt schik in.