Karl Marx Universität

Toen ik deze instelling van wetenschappelijk hoger onderwijs of lager wetenschappelijk onderzoek in 1971 betrad waren de letters, waarmee in druipende fietsenlak — dus zwart — de nieuwe tenaamstelling van deze onderwijskazerne op en boven de fraaie hoofdingangspoort naar de Cobbenhagelaan waren bemaald weliswaar door verwoed zandstralen min of meer door de technische dienst van de hogeschool verwijderd, maar ze waren juist door deze opschonende ingreep des te beter zichtbaar geworden in het natuursteen dat daardoor blijvend van kleur verschoten bleek. De eigennaam leek nu echt bij de gebouwelijkheid verbonden als markering dat nieuwe tijden definitief en existentieel voor de mensheid waren aangebroken. Althans in Tilburg. Die beperking naar de plaats des misdrijf reduceerde het belang van de vervolgens voor enkele dagen uitgevoerde bezetting van 1968 aanmerkelijk, moesten ook de organisatoren droevig vaststellen. Want die, herkomstig uit de nettere burgermansmilieus, vooral aspirant-studenten in de economie en de econometrie, opleidingen waardoor deze instelling zekere faam en reputatie had verworven, waren op dat moment spraakmakend, ook jegens de onverwacht verschenen wereldpers die in groten getale belangstelling leek te hebben voor deze merkwaardige demonstratie die zelfs in de verste verte niet leek op de woelingen die de Parijse opstandige intellectuele jeugd in het kwartier van de Sorbonne  had weten te weeg te brengen. De rechtenstudenten, die er wel waren, werden nauwelijks geduld in de eerste linies die POLEK had weten te graven in de informatievoorzieningen met de media. POLEK, de politiek linksistische economie-studenten, die de reporters vakkundig en uiterst beschaafd articulerend – ook in het Engels, men houde dat in het oog, hetgeen destijds wees op uitzonderlijk kosmopolitisme – informeerden over hun beweging, hun eisen, hun uiteindelijke doelstellingen en eindtermen daartoe verhinderden dat de aankomende juristen echt op de voorgrond traden. Deze bezetting was echt het feestje van de economen waarbij deze juristen gedoogd werden, maar niet voor vol werden aangezien, ook al, omdat ze aan het fraaie interieur dat net opgeleverd was, beschadigingen hadden toegebracht en de primitieve telefooncentrale deels hadden ontmanteld. Die lag in de eindeloos lange verbindingscorridor van glas, aangebracht tussen het hoofdgebouw en de hoogbouw. Een mooie ruimtelijke constructie overigens, waartegen zich vele vogels te pletter botsten in volle vlucht. Zonder dat dat de bedoeling was. Maar wel alleszins voorzienbaar. Later zijn er dan ook vogelschaduwen op deze glasplaten aangebracht, daarmee deze oorspronkelijke architecturale conceptie mistekenend. Zoals de bezetters dat later ook zouden doen via hun ludieke optredens tegen de hogeschool en het vadsig bestuur van doorgefourneerde regenten. https://www.bhic.nl/ontdekken/verhalen/tumult-aan-de-karl-marx-universiteit

Daar hadden de juristen de telefoon aangenomen, terwijl de beroepskrachten in deze centrale giechelend toekeken, maar toch ook bezorgd om de integriteit van de apparatuur. En daar hadden ze zich gemeld met de sonore aankondiging “U spreekt met de Karl Marx universiteit Tilburg“. Terwijl de opbeller juist weer deel uit maakte van de vreemde organisatie die destijds Binnenlandse Veiligheidsdienst werd genoemd of BVD. Die was zich lam geschrokken en had dus onbedoeld grote commotie veroorzaakt in den lande, want dit had nou echt niemand verwacht van Tilburg, de gezapige stad van de textielbaronnen van de grotere ondernemingen. Het hogeschoolbestuur had dus averechts gereageerd met stijfkoppige verontwaardiging over de gezagsverkrachtiging die kennelijk gaande was, terwijl POLEK niet veel meer had beoogd, eigenlijk, dat een ludieke actie, zoals destijds in het studentikoos jargon dergelijke happenings als een zitstaking of bezetting werden geduid. Daarop liep de reeks gebeurtenissen enigszins uit de hand, ook al, omdat deze quasi-Marxisten nu de destijds bijbehorende politieke eindoogmerken moesten zien te definiëren, waaronder omverwerping van de burgermaatschappij slechts een node aan te doen tussenstation zou zijn. In hun vaagheid waren deze doelen, die ter plaatse verzonnen werden, des te dreigender. En het was aan de BVD om dat alles nog verder mediamethodologisch op te kloppen zodat de eerste gefilmde protestacties die welwillend en horkerig verliepen, steeds weer vriendelijk en beleefd becommentarieerd door de actievoerders ouders, vrienden, moeien en magen de stuipen op het lijf jagend. De bezetters kondigende aan de bezetting ook ’s nachts te zullen handhaven en sleepten dus slaapzakken in beeld en brachten kirrende wichten voor de lens, zodat de betrekkingen van de POLEKkers zeker wisten dat hun Truus die nacht ook en passant ontmaagd ging worden in de Karl Marxuniversiteit. Dat alles werd mij natuurlijk ook tijdens de introductieweek steeds weer onder de ogen gebracht: in Tilburg gebeurden de Grote Dingen die de wereld veranderden, daar zou ik nog wel getuige van wezen, en had ik soms ook zusters? Ik berichtte mijn thuisfront daarover nader bij wederkeren in Strijp en bracht aldus ook daar allerlei commotie te weeg dat nergens ook maar enige feitelijke grondslag bezat, dat kon ik tot teleurstelling van iedereen die ook lid was van de Strijpse carnavalsvereniging “De Hopkruiers” gerust wel verzekeren. Ook al bleef de publieke Nederlandse Televisiestichting (hierna ook NTS) bij het dagelijks journaal op Nederland 1 precies het tegenovergestelde berichten. https://www.bhic.nl/ontdekken/verhalen/het-heldendicht-van-de-tilburgse-bezetting-1969