Natuurlijk was de presidente van het Joegoslavië-tribunaal weinig gesticht over de gang van zaken gedurende dit kortstondig staatsbezoek door een Nederlandse hoogwaardigheidsbekleder in een dienstauto. Dat was Judge Kirk McDonald destijds, die met mij een hele lijst desiderata had willen doornemen van logistieke aard, want het Joegoslavië-tribunaal kwam onder haar leiding pas goed op stoom. En die lijst was nauwelijks aan de orde gekomen. Wat de hoogwaardigheidsbekleder precies had willen bereiken was haar niet echt duidelijk geworden. Daarover wilde ze alsnog opheldering. En het leek mij niet verstandig om nu aan te komen met een voordracht voor een VN-medaille voor deze directeur. Ik giste – zeker weet men dat natuurlijk nooit – dat de volkenrechtelijke organisatie daarvoor op dit moment niet de juiste motivatie zou willen ontplooien. En of afwachten nog zin had en het ten tweede male betracht zou kunnen worden, dat was mij niet aanstonds duidelijk. In de dienstauto die brommend het Haagse verkeer doorkruiste had de directeur mij wel erg duidelijk gemaakt wat hem aan mij inzonderheid mishaagde. Kortom: de missie scheen mislukt. MacDonald kon, achteraf, toen ook haar ontremmingen bedaard waren, dit oordeel alleen maar onderschrijven. Het leek mij daarom beter mij te herbezinnen op mijn positie, nu mijn directeur in geuren en kleuren mij had bewezen dat ik door mijn moeder niet goed was opgevoed. En dat ik op mijn lazer moest hebben. Een oordeel dat hij ook aan zijn hofhouding had voorgelegd, de directeursstaf, die dat volmondig had omschreven. Jan Tom Bos, die plaatsvervangend directeur was geworden was dat omstandig komen berichten en ook dat ik het verder wel kon schudden. En daar had Bos natuurlijk kijk op. Terwijl Bos, toen hij nog collega was onder de collegae een redelijke vent leek, begon ook hij steeds beter in te kleuren naar het nieuwe managerial model waarbij de leidinggevende steeds meer aan procesbewaking kon doen zonder de doelstellingen ook maar bij benadering te kunnen definiëren. De reorganisatie bleek dus wel degelijk vruchtdragend te zijn.

Vooral de dossieromloopsnelheden waren steeds accurater, alleen de systematiek van de ICT liet technisch nog erg veel te wensen over. Wat uiteindelijk was opgeslagen in de cloud bleek volslagen onvindbaar naar onderwerp, registratienummer en omlooptraject, dat zou steeds weer blijken. Tot in de hierna uitvoerig te bespreken “bonnetjes-affaire” toe. Maar in dat euvel deelden nu ook de ICT-systemen van de rechterlijke macht en van het Openbaar Ministerie. Dat zou ook op zeer korte termijn blijken tot op heden ten dage. In dit opzicht was er een zekere consequentie merkbaar in het systeem van digitale informatie- en gegevensdragers onder beheer van de Justitiële diensten. Consequent was daarin ook deze directeur betrokken en dat patroon ontwikkelde zich nu ook in onze onderlinge verstandhouding die steeds duidelijker deed worden hoezeer ik niet in het gereorganiseerde plaatje paste. In dat opzicht kon ik onderschrijven wat het jaarverslag deed weten: de directie Wetgeving was herkenbaar gepositioneerd in het competentieveld dat Justitie besloeg. Dat veld werd steeds groter en het gebrek aan grip daarop via het ICT-netwerk dus ook. De Baron hoefde het niet mee te maken. Die stierf aan de hersentumor die hem al maanden inactief had geplaatst, zodat de directeur nu mij een cheffin kon opsolferen die herkomstig was uit de groepen van civielrechtelijke experts, voorheen de Stafafdeling Burgerlijk Recht. Deze dame was algemeen bekend wegens haar blinde en teugelloze ambities die ook grensoverschrijdend merkbaar bleken. Ze moest als uitgangspunt aanvaarden in haar bejegening van mij dat ik niet in het plaatje paste en dat kostte haar geen moeite. Omgevingsbewustzijn was haar als moderne manager van het geijkte garnituur ingegoten en zij wist wel raad met lieden die hardnekkig verdomden in het gareel te lopen. Dat kwam ze mij ook onmiddellijk aanzeggen toen ze meubels en lijfsgoederen van de Baron vaardig deed wegruimen van diens kamer en dat nu andere tijden waren aangebroken. De Baron leefde toen nog. En er was ook wel voor gezorgd dat hij genoemde goederen thuis kreeg uitgereikt bij vol bewustzijn, zodat hij ook kon vaststellen dat niets was verduisterd of anderszins ontvreemd. En dat hij ambtelijk niet meer telde. Deze nieuwe manager was inderdaad outreaching volgens de nieuwste instructies over het gareel. Het gareel, het gareel, de nieuwe cheffin kon het mij niet voldoende voorhouden. En dat deed ze dus. Vaardig. Met de mededeling dat ik een slechte beoordeling kon tegemoetzien.
