Een en ander zou dan mede brengen dat dat Algemeen Deel alsnog een codificatie zou moeten inhouden van een strafvorderlijk territorialiteitsbeginsel. Niet ongelijkwaardig aan het materiële territorialiteitsbeginsel ex artikel 2 van het Wetboek van Strafrecht. In Nederland is alleen strafvordering toegelaten in de zin van de formele wet binnen het Nederlands grondgebied. Daarbuiten kan deze strafvordering alleen begaan worden mits krachtens een uitdrukkelijke volkerenrechtelijke machtiging vanwege de territorialiteitsstaat. Bij wetsbesluit kunnen nadere voorschriften worden voorzien voor het begaan van deze strafvordering mits na gemeen overleg met de Staten-Generaal. De machtiging dient te zijn verkregen in gemeen overleg met de Staten-Generaal. Zij kan met terugwerkende kracht worden verkregen in bij de wet bepaalde gevallen. Het is een wettelijke uitwerking van de volkerenrechtelijke Lotus-doctrine. Die houdt in, dat staten alleen strafvorderlijk buiten het grondgebied mogen optreden mits zulk steunt op een machtiging vanwege de territorialiteitsstaat of op een verdrag dat uitdrukkelijk in zulk een machtiging ten laste van interstatelijk vrij gebied voorziet. Zie daarover uitvoerig in de Blogs volgend op de link https://gerardstrijards.nl/lotus-arbitrage/ Er moet dus een “permissive rule” zijn voor zulk een extraterritoriale uitoefening van strafvorderlijke macht of penal enforcement power. Zie verder de met de Lotus-arbitrage samenhangende casus ter aangehaalder plaatse op deze site gepubliceerd.

Het oprichten en onderhouden van een ICT-cloud voor strafvorderingsverkeer is uitoefening van dergelijke penal enforcement power. Een en ander ware in zulk een Algemeen Deel in een aantal operatieve artikelen zodanig te formuleren dat ook duidelijk is, dat het hier waarborgnormen geldt voor bewijsuitsluitingsgronden die vervolgde, verdachte, slachtoffer, getuigen, experts en procespartijen in den brede kunnen inroepen in iedere fase van de strafvordering. Waaronder de voorwaarden voor de aannadering van de informatie- en beeldragers die systematisch in deze cloud zijn opgeslagen. In uitvoeringsarrangementen dienen de voorschriften te zijn uitgedrukt voor de zeteling van deze cloud en de consequenties voor de vervreemding ervan indien de cloud aan andere beheerders wordt overgedragen of in beheer gegeven. De zeteling zal moeten geregeld worden in een hostarrangement met de territorialiteitsstaat van de feitelijke vestigingsplaats van de cloud. Dat de Nederlandse Staat zelf een dergelijke cloud zou onderhouden geheel in eigen beheer en onder eigen expertise hou ik voorshands voor zo goed als uitgesloten. Deze cloud zou een status moeten krijgen als gold het een nevenzeteling van de regeringsorganen van deze Staat. En hoe dat verder juridisch technisch in elkaar zou moeten steken zou men gedeeltelijk mede kunnen afleiden in de zetelingen die Nederland gunt aan internationale straftribunalen, die ook nevenzittingsplaatsen mogen innemen en voorts al ruimere tijd dergelijke extraterritoriale clouds doen beheren en doen onderhouden, al dan niet in Nederland, steeds via private providers op contractsbasis. Deze tribunalen hebben dus ervaring genoeg met dergelijk cloudbeheer op private basis zelfs via commerciële contracten. En ook met de defecten die deze cloud plegen te vertonen al wordt daar ongaarne ruchtbaarheid aan gegeven.
Deze clouds kunnen tussentijds worden overgedragen terwijl hun aannaderbaarheid voor de daartoe gerechtigden gegarandeerd en integer moet blijven. dat leidt ook voor de digitale snelwegen die daarbij gebezigd moeten worden en die een dipomatieke extraterritoriale status of immuniteit moeten hebben te respecteren door de territoraliteitsstaat. De DigiD-affaire, waarbij serieus werd overwogen om deze toeleidingsstromen en aannaderbaarheden over te dragen aan derde private partijen met wie de Staat vooralsnog geen sluitend overname contract had gesloten betreffende de status van de ICT-infrastructuur en de digitale aannaderingen, de visitatie van de content van de cloud en de borging van de oorspronkelijke intellectuele integriteit daarvan moet te denken geven. Dat moet de verantwoordelijk bewindspersoon grondig mee doen wegen bij het uitrollen van de ICT-infrastructuur die hij in zijn brief over zijn beleidvoornemens dienaangaande in het vooruitzicht stelt, maar waarover hij feitelijk niets inhoudelijks, laat staan waarborgends meedeelt. De brief wemelt van voornemens over degelijkheden, helderheden, tijdsfaseringen, inspanningen vanwege ICT-partners, maar zulks in wervende termen als gold het hier offertes van toevallig passerende bananenverkopers die kisten van dergelijke kromme tropische boomvruchten tijdelijk in de aanbieding hebben. Maar in wezen gaat het hier om iets wat weer eens een tikkende tijdbom kan blijken, de persoonlijke levenssfeer van de personen direct schadend die onderworpen zijn aan het merkwaardige vervolgingsmonopolie van het Openbaar Miniisterie. Het vervolgingskantoor dat dat monopolie kennelijk steeds meer als een blanco bestuurlijke volmacht gaat zien, zeker interstatelijk.
