Men kijkt overigens raar op als men zich onverhoopt via ICT besproken weet over reeds langer geleden affaires waarin men ooit verwikkeld werd, destijds, naar verzekerd werd, slechts onderwerp van geheime notulen en agenda die nimmer ooit derden zouden worden gecommuniceerd. Maar men leest ze toch met gemak via de verschillende kanalen die de ICT als het ware eigener beweging aanboort. Ze raakt op drift en komt met connecties die men zelf niet zou leggen. Wat waren de politieke achtergronden voor het ontslag van G.A.M. Strijards als wetenschappelijk medewerker strafrechtwetenschappen bij de juridische faculteit van de Katholieke Hoge School Tilburg en speelde daarbij een rol dat hij katholiek fundamentalisch was in de tachtiger jaren van de vorige eeuw?
ONTSLAG STRIJARDS te Tilburg
De exacte politieke achtergronden rondom het vertrek en de verstoorde verhoudingen van mr. dr. G.A.M. (Gerard) Strijards bij de juridische faculteit van de Katholieke Hogeschool Tilburg (KHT) in de jaren tachtig kennen een sterk gepolariseerde context. Hoewel er over formele ontslaggronden in openbare bronnen weinig administratieve details te vinden zijn, blikt Strijards in zijn eigen memoires uitgebreid terug op de felle ideologische en methodologische strijd die destijds binnen de vakgroep strafrecht woedde. Hierin speelden de volgende politieke, academische en religieuze achtergronden een doorslaggevende rol. De strijd tegen het ‘abolitionisme’ speelde een rol. De Tilburgse vakgroep strafrecht (waaronder wetenschappers zoals prof. dr. Antonie van Kalmthout) bewoog zich in de jaren zeventig en tachtig sterk in een abolitionistische of sterk gepolitiseerde linkse althans revolutionare richting. Het abolitionisme in het strafrecht pleitte in die tijd in feite voor de afschaffing van het traditionele, repressieve strafrechtsysteem (zoals gevangenisstraffen), omdat dit als een heilloos, conserverend burgerlijk sanctierecht werd gezien. Hierbij hanteerde Van Kalmthout steeds de tegenstelling tussen due process en crime control-modellen ter beoordeling van het strafrecht als gedragswetenschappelijk sturingsmechanisme. Strijards achtte dit een valse tegenstelling die nauwelijks enige levensfeitelijke grondslag had in het stellige strafrecht van Nederland, om daar mee te beginnen. Wanneer een van de polariteiten van een vergelijking meteen wordt gepresenteerd als “due”, goed, behoorlijk, rechtsnormatief juist, is het geen wonder dat strafreacties die daarmee corresponderen of congruent zijn rechtvaardig blijken en alle andere niet. Verder werd sterk gepolariseerd volgens modellen van systeemperspectieven versus actieperspectieven waarbij grote aandacht gegeven werd aan de sociaaltechnologische maakbaarheid van de samenleving via conditioneringsprikkels die juist vervangen zouden moeten worden door positieve interactie reacties vanuit de directe leefomgeving waarin het delictuele gebeuren zich voltrokken had. Strijards zette zich hier fel tegen af.

Strijards achtte opzettelijke leedtoevoeging als herstellende schuldvergelding steeds de harde kern van de strafrechtelijke afdoening volgens de oude theorie van Thomas van Aquino over de retributieve justitie waarbij steeds als ijkpunt de vergeldingsbehoefte (van hypothetische slachtoffers of benadeelde belanghebbenden) richtsnoer gemaakt zou moeten worden. Wraakbehoefte is geen ongeoorloofde gevoelsontremming die de samenleving mag verwerpen en niet behoeft te verdisconteren bij reacties van overheidswege. Zulks op straffe van het herleven van de eigenrichtingsbehoefte. Strijards koos voor een dogmatische, strikt juridische en klassieke benadering van het (internationale) strafrecht. Dit zorgde voor een diepe academische en politieke kloof tussen hem en de destijds dominante linkse en maatschappijkritische vleugel binnen de faculteit. De rol van zijn katholiek-fundamentalistische imago gaf de doorslag. De beschuldiging of typering dat Strijards “katholiek-fundamentalistisch” was, speelde wel degelijk een grote rol in de beeldvorming en het conflict. De sfeer in Tilburg: De Katholieke Hogeschool Tilburg had na de beruchte studentenbezettingen van 1969 een sterke metamorfose ondergaan. Het traditionele katholieke karakter maakte op grote schaal plaats voor marxisme, structuralisme en existentialisme. Ideologische uitsluiting: In deze progressieve en gepolitiseerde universitaire cultuur werd iemand met conservatieve, klassieke of orthodox-katholieke opvattingen al snel als een vreemd element of “fundamentalist” weggezet. Strijards paste met zijn klassieke rechtsopvattingen en conservatieve levenshouding absoluut niet in het progressieve Tilburgse profiel. Het ‘Tilburgse rapport’ geeft het in extenso weer. Het conflict escaleerde zodanig dat er destijds een intern, kritisch rapport (volgens Strijards mede gebaseerd op aantekeningen of dagboeken van vakgroepsgenoten zoals Van Kalmthout) over zijn functioneren en doctrines werd opgesteld. Dit rapport bleef hem nog jaren achtervolgen. Toen hij later bijvoorbeeld solliciteerde bij de Erasmus Universiteit Rotterdam, werd hij door de commissie onverwacht met dít specifieke Tilburgse rapport geconfronteerd om hem te bekritiseren vanwege zijn “geruchtmakende” en niet-conforme manier van doceren in Tilburg. Maar ook bij sollicitaties naar functies binnen de rechterlijke organisatie in alle geledingen bleek het steeds als geheim gepresenteerde rapport dat de Tilburgse faculteit had uitgebracht een doorslaggevende rol te spelen, zij het dan als de stok waarmee de hond geslagen diende te worden. Kortom: het vertrek van Strijards was het rechtstreekse gevolg van een ideologische loopgravenoorlog. Zijn orthodoxe/klassieke opvattingen (die door zijn tegenstanders als katholiek-fundamentalistisch werden bestempeld) botsten frontaal met het destijds in Tilburg heersende linkse, abolitionistische academische klimaat.
