Het Engelse strafvorderingssysteem is onderdeel van een zogeheten adversarial stelsel: een twee partijen stelsel dat ingebed is in een eeuwenoude publiekrechtelijke gewoontetraditie, ook bekend als common law system, waarbij een strafklacht wordt ingediend bij een rechtbank door een advocaat die belast is met de bewaking van de koningsvrede in het rijk, de Kings Peace in the Realm, een vrijwel onvertaalbaar begrip, dat heel veel emoties losmaakt bij de Engelsen. Zie verdere de Blogs gewijd aan dat Engelse Adversarial System in: https://gerardstrijards.nl/wervende-angelsaksen/. De regels waarmee dit systeem werkt zijn van oorsprong puur gewoonterechtelijk, gebaseerd op precedenten waarin de Koningsvrede geschonden werd door vergrijpen tegen de basismoraal van de samenleving. Vage termen, dat geef ik toe, maar die zijn de Engelsen zeer dierbaar. De rondreizende strafrechters van de Koning stelden deze precedenten vast waarin zij ook omschreven wat de basiselementen zijn van de ernstiger misdrijven. Moord, doodslag, opzettelijke lijfsverminking, huisvredebreuk, brandstichting in het publieke domein, zware mishandeling blijvend letsel ten gevolge hebbend, diefstal, bedreiging, en natuurlijk zware ontucht, verkrachting, aanstoot aan de openbare eerbaarheid horen daar van oudsher toe. De aangever of koninklijke advocaat formuleert een tenlastelegging, de tegenpartij, voorzien van verplichte procesvertegenwoordiging via een erkend pleitbezorger, komt daartegen op met een soort conclusie van verweer. De politie kan zo’n koninklijk advocaat inhuren om de zaak van ’s konings vrede te verdedigen. Het is een persoon, die al jaren de advocatuur uitoefent en daarin een positieve reputatie heeft opgebouwd. Men noemt zo’n procesvertegenwoordiger voor de kroon een Kings Council of Queens Council (KC of QC). Ze zijn opvallend gekostumeerd, al ontbreekt het ook de andere Engelse procesdeelnemers die ambtelijk nodig zijn voor het strafvorderlijk proces evenmin aan tot de verbeelding sprekende drachten. Maar de KC heeft een hogere en wat langere gekrulde paardenharen pruik die net boven de oren eindigt dan de gewone raadsman. En een langere lakense toga met afhangende wijde mouwen eindigend in brede manchetten, een iets bredere linnen bef, een langgestreepte broek en hij mag een rode tas dragen, ook buiten de rechtszaal, met het wapen des konings. Dat laatste is het begeerlijkste wat er voor een jurist in dit ondermaanse te halen is. Soms is de broek opgeschort tot kuitbroek met bredere zijden kousenbanden, maar dan heeft de betrokken jurist ook nog eens een onderscheiding gekregen van de Majesteit in persoon.

De kunst is, zulks te dragen alsof ge niet wist dat uw lager geplaatste collegae schier sterven van afgunst. Een KC is waanzinnig duur, daar zit hem de kneep. Hij vertegenwoordigt in het strafgeding de Koning van Engeland. De aanklagende advocaat, die op dat moment in onze ogen het Openbaar Ministerie vertegenwoordigt als gerechtelijke publieke rechtshandhaver, kan met zijn confrère van de tegenpartij, dus de beschuldigde of beklaagde, proberen de strafzaak buitengerechtelijk af te doen door een schikking, die meestal neerkomt op een erkentenis van het ten laste gelegde en een aanbod van genoegdoening. En dat laatste komt dan neer, doorgaans, op een aanmerkelijke boete. De Crown Prosecution Service selecteert nu de advocaten in de rechtsgebieden van de verschillende gewesten van Engeland – vaak graafschappen- wie in aanmerking komt om de afkorting KC achter zijn naam te zetten. Ik vertaal deze staatsdienst maar als koninklijke strafvorderingsdienst. Ze makelt in hooggekwalificeerde juristen, die oproepbaar zijn door de politie om ’s Konings zaak te dienen binnen het arrondissementsgebied van een Crown Court. De dienst heeft zelf geen strafvorderlijke bevoegdheden, staat ook niet hiërarchisch boven de advocaten met de KC-aanduiding, is wel ambtelijk onderdeel van het immense Home Office, maar staat daar toch constitutioneel op grote afstand van al is de Minister van Justitie wel verantwoordelijk voor haar functioneren. Hij kan door de parlementen dus ter verantwoording worden geroepen als er klungelige advocaten zaken voor de Kroon hebben verprutst. Maar dan moet de politie de zaken voor de Koning waarin Zijn majesteitelijke Vrede is gekrenkt, wel hebben aangebracht bij deze Dienst. Met het bijbehorend bewijsmateriaal dat rechtsingang bij de Crown Court-rechter rechtvaardigt: er mag immers geen lichtvaardige vervolging zijn, geen frivolous complaint of the Crown, dat is een doodzonde en een verachting van het Engelse recht. En daarin zit bij de hier behandelde racistische grooming gangs het euvel en venijn: de politie kreeg de aanwijzing dergelijke zaken hoe dan ook juist niet te vervolgen en dus niet aan te brengen om door de griffier van de rechtbank uit geroepen te worden. Om ieder verwijt van racisme bij politie en Justitie bij voorraad duchtig te smoren. Dat stond in de instructies te lezen in vage en dubbelzinnige bewoordingen als een soort nadere detaillering van de plicht niet lichtvaardig tot vervolging over te gaan. Dus géén frivolous complaints te begaan, want dat is óók een doodzonde. En dat wist Starmer best, want hij had daar alle ambtelijke ervaring mee gehad.
